www.hugovandenbroek.com

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Home

BCN en EAA

E-mail Print PDF

De voorbereidingen op Barcelona verlopen niet echt soepeltjes. Helaas heb ik nog steeds erg veel last van de linkerhiel en kom ik niet toe aan mijn normale trainingsbelasting. Ik loop 120-140km per week, een stuk minder dan gebruikelijk. Daar komt bij dat ik vooral moeite heb met de kwaliteitstrainingen, dus trainingen in marathontempo en sneller. Na afloop van die trainingen doet de hiel erg pijn.
V
olgens de chirurg was er geen sprake van dat er opnieuw een botpunt in de achilles prikt, maar wat mij betreft lijkt het daar wel op. Aan de buitenzijde van mijn linkerhiel, daar waar het pijn doet, is het bot een stuk forser dan aan de rechterhiel. In 2007 is er een botpunt verwijderd aan de binnenkant en achterzijde van de linkerhiel, nu lijkt het er dus op dat het zelfde probleem aan de buitenkant is ontstaan.

Maar goed, op dit moment wil ik me niet al teveel bezig houden met de diagnose. Ik wil proberen mezelf in voldoende vorm te brengen om in Barcelona te kunnen starten. Ik heb besloten om me te richten op de belangrijke marathontrainingen. Deze doe ik ongeveer tweemaal per week. Daartussen zal ik proberen de hiel te laten herstellen, door middel van herstelduurlopen en eventueel fietsen. Mocht het allemaal onvoldoende blijken om een redelijk niveau te halen, dan zal ik ervoor kiezen om niet in Barcelona te starten, maar voorlopig ga ik ervan uit dat dit niet nodig zal zijn. Vandaag heb ik een duurloop van 32km gedaan. Dit ging gemiddeld (op de eerste paar kilometer na) in 3.45 per km, wat voor mijn doen, door de heuvels van Iten, heel behoorlijk is. Ik hoop dit in de komende weken nog wat te verbeteren en te verlengen.

In de komende twee weken had ik twee wedstrijden gepland; de Zwitserlootdakrun in Groesbeek (vandaag) en het halve marathonfestijn in Zwolle. Beide heb ik af gezegd, omdat ik én nog onvoldoende niveau heb én geen extra risico wil nemen richting Barcelona. Sinds eind april zit ik in Kenia en daar blijf ik dus voorlopig.

Verder las ik vorige week dat de EAA (de Europese atletiekunie) eraan zit te denken om in haar baanwedstrijden maximaal drie atleten per land toe te laten. Met andere woorden: er mogen slechts drie Kenianen en drie Ethiopiërs starten op elk looponderdeel, zodat er meer ruimte is voor deelname van Europese lopers.
Ik snap (denk ik) waar dat plan vandaan komt en kan er, wat je wellicht niet van mij zult verwachten, wel enig begrip voor opbrengen. Uiteindelijk gaat dit natuurlijk om geld. De loopnummers worden, nog meer dan voorheen, gedomineerd door Oost-Afrikanen. Probleem is nu dat de afzetmarkt, in de zin van televisierechten en sponsoren, niet in Afrika zit. Sponsoren komen bijna allemaal uit Europa en Amerika. Die willen dat het Westerse publiek naar deze wedstrijden kijkt. Maar als er steeds minder Europese lopers meedoen, zullen er ook steeds minder Europeanen naar deze baanwedstrijden kijken. Minder interesse van het Westerse publiek betekent minder geld voor televisierechten en minder geld van de sponsoren. Uiteindelijk kan dit ertoe leiden dat de wedstrijdorganisaties onvoldoende geld hebben om hun wedstrijd te organiseren. Een uitstekend voorbeeld is het WK cross. In mijn ogen de sterkste bezette wedstrijd ter wereld in de grootste sport ter wereld. Maar omdat dit wordt gedomineerd door Oost-Afrikanen is er geen geld meer om het jaarlijks te organiseren.

Er moet dus wat gebeuren, willen we de (baan)atletiek weer aantrekkelijk maken binnen Europa. Ik vraag me wel af of dit de juiste manier is. Is het interessant, om een kopgroep van Oost-Afrikanen te zien, die ruim voor de rest van het veld loopt? Is het niet veel beter om te proberen het niveau van de Europese atletiek op te krikken, zodat we dichter bij de Oost-Afrikanen komen?
We denken dat we daar mee bezig zijn. Op individueel niveau is dat ook zo. Er zijn, ook in Europa, veel atleten en coaches dagelijks heel hard bezig om de top te bereiken. Maar op een hoger niveau liggen we achter bij Afrika: er wordt daar (voor mij: hier) veel meer geld geïnvesteerd in de loopsport. Een voorbeeld: in Kenia zijn honderden atleten in dienst van het leger, de politie, de post, of het gevangeniswezen. Zij krijgen een salaris en hoeven niets anders te doen dan trainen en rusten. De enige tegenprestatie die ze moeten leveren is twee keer per jaar een wedstrijd lopen voor hun team. Dit zijn zeker niet allemaal topatleten. Ook veel jonge, opkomende atleten krijgen een kans. Voor hen wordt dus de ideale situatie gecreëerd om te werken aan hun hardloopcarrière. Naast door de overheid wordt er ook geïnvesteerd door de managers en de sponsors. Merken als Adidas en Nike pompen heel veel geld in de Keniaanse atletiek. Samen met de managers halen ze topcoaches naar Kenia en zorgen voor kleding, sportdrank, fysiotherapeuten, huisvesting en een auto om de atleten te begeleiden.
Vergelijk dit met Nederland, waar je geen enkele ondersteuning krijgt als opkomende atleet. Zelf kreeg ik voor het eerst wat ondersteuning (jaarlijks een trainingsstage) nadat ik 2.12 op de marathon had gelopen – als het eigenlijk niet meer nodig is. Wanneer je in Nederland aan de absolute top staat, krijg je van NOC-NSF de status van A-atleet. Een A-atleet die met de sport meer dan het minimumloon verdient, heeft geen recht op geld van NOC-NSF – terwijl een atleet die dat verdient (minder dan 1000 euro per maand) er over het algemeen bij werkt, want stel dat de sportinkomsten een paar maanden tegenvallen. Waar de ondersteuning dan uit bestaat? Een hartslagmeter met 100 euro korting, 2 uur gratis fiscaal advies, een lease-auto waar je voor moet betalen en gratis sportdrank maar de verzendkosten moet je zelf betalen – allemaal 'presentjes' van de sponsors. Begrijp me niet verkeerd, ik neem de Atletiekunie en NOC-NSF helemaal niets kwalijk. Geld dat ze niet heeft, kan ze ook niet uitgeven. Uiteindelijk moet het geld komen van sponsoren en de overheid. Maar als we dat geld niet uitgeven, kunnen we niet verwachten dat we ooit kunnen concurreren met de Oost-Afrikanen, die niet alleen meer talent hebben maar ook nog eens meer investeren. 

Neem de drie jongens van TDR; Dekkers, Schroër en Ton. Ze liepen in het afgelopen jaar alle drie een marathon onder de 2.18, maar moeten er wel bij werken. Dat betekent dat ze de beste begeleiding ter wereld kunnen hebben, maar ongetwijfeld ontbreekt het ze vaak aan het meest essentiële voor een topsporter: rust. Hetzelfde geldt voor de meeste baanatleten die Europese subtop zijn: 800m lopers van 1.47/1.48 (mannen) of 2.02/2.03 (vrouwen), 5000m lopers van 13.40 of 15.20. Ook zij moeten er vaak bij werken, terwijl hun Afrikaanse concurrenten dat niet hoeven.
Als we de stap gaan nemen om Afrikanen uit te sluiten van wedstrijden, zodat de sport aantrekkelijker wordt, laten we dan óók de stap nemen om te investeren in onze atleten! En dan het liefst in atleten zoals Ronald, Rens en Robert, die nog niet van hun sport kunnen leven.

Last Updated on Monday, 07 June 2010 04:36  

Login Form

Who's Online

We have 10 guests online