www.hugovandenbroek.com

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Home Archief

Iten, maandag 18 mei

E-mail Print PDF

Het is deze week begonnen met regenen. En dan bedoel ik écht regenen, met een grote R. Als we 's nachts een emmer buiten zetten, dan is die de volgende ochtend half vol. Overdag is het gelukkig meestal droog, maar in de avond en nacht komt het met bakken uit de lucht. Dat is de Keniaanse regenperiode. Daardoor kan er helaas ook weleens een training 'in het water vallen'. Hardlopen in de regen is namelijk niet goed mogelijk in Kenia, de paden worden te glibberig en het risico op blessures te groot. Daarom doen de meeste Kenianen, en wij ook, de belangrijke trainingen in de ochtend of vroege middag. Sommige atleten zorgen dat ze om 10.00 uur op de atletiekbaan zijn en wachten daar tot de baan voldoende droog is om te kunnen trainen – maar niet zo lang dat de volgende regenbui alweer begint. Dit kan betekenen dat ze drie uur lang zitten te wachten, voor veel Kenianen geen probleem.

Vorige week vrijdag heb ik dus voor het eerst deelgenomen aan een wedstrijd in Kenia; een 5000m op de (zand)baan in Eldoret. Dat was een erg mooie ervaring. Bij deze een verslag.

Om 6.30 ben ik bij het verzamelpunt voor een 'morningstroll'. We joggen 30' heel rustig om het lichaam wakker te maken. Of het zin heeft weet ik niet, want na het ontbijt ga ik weer twee uur slapen. Een loopmaatje gaat al heel vroeg naar Eldoret en schrijft ook mij in voor de 5000 meter. Ik heb geen zin om de gehele dag ter plekke te zijn, dus bel hem op om te vragen hoe laat mijn race is. De 5000 meter blijkt aan het eind van het programma te zijn, maar over tijdstippen is niets bekend. Het hangt er helemaal vanaf hoeveel atleten er op komen dagen voor de andere afstanden. Het kan 14.00 uur worden, maar ook 18.00 uur, volgens hem.

Om 12.00 uur ben ik ter plekke, samen met een paar trainingsmaatjes en Hilda's zusje Sylvia Kibet. Het stadion is snikheet en erg vol. We vinden een plekje in de schaduw, op één van de tribunes en gaan kijken naar de series 800 meter (15 series). In een hoek van het stadion staat een geluidswagen die de laatste Afrikaanse hits laat horen, terwijl de speaker daar bovenuit probeert te komen en ons laat weten wie er aan de leiding gaan. Mannen komen langs met snacks (koekjes, cake, lolly's), yoghurt en frisdrank. Na de 100 meter, 200 meter, 400 meter en 110 meter horden is het tijd voor de 1500 meter – het laatste nummer vóór de 5000, maar omdat er bij de mannen niet minder dan 13 series zijn (met in elk 25-30 atleten) is er nog genoeg tijd om in te lopen. Atleten doen massaal mee aan dit soort wedstrijden, want deelname is gratis – er is zelfs een prijs van 20 euro voor de winnaar van elk onderdeel. Het evenement wordt gesponsord door KCC – Kenya Corporate Creamery, oftewel de nationale zuivelfabriek. KCC is overigens ook de veel gebruikte bijnaam voor dames met grote borsten.

Na de warming-up, om 15.45, meld ik me aan de rand van de baan waar de atleten geacht worden zich te verzamelen. Circa 100 atleten zitten er al in het gras. Ondertussen heb ik nog geen idee of ik over twintig minuten over over 2 uur aan de beurt ben. In de schaduw zitten is helaas niet mogelijk, alleen een klein flesje water brengt afkoeling. “Gewoon ontspannen maar, niet te druk maken om een perfecte voorbereiding”, houd ik mezelf voor, en: “Geniet van wat je nu meemaakt”. De meeste atleten kijken me een beetje vreemd aan en vragen of ik ook ga lopen. De groep groeit tot 350 man, terwijl 2 officials ons in groepen proberen te verdelen. “Mzungu, come here”, roept één van hen naar me. “We have a special heat for you, heat number six”. Daar heb ik geen zin in hoor, dat betekent nog héél lang wachten. “Please sir, people are waiting for me, if possible please put me in heat number one or two”, vraag ik hem. Mijn verzoek werkt: samen met 59 anderen wordt ik ingedeeld in de eerste serie. Dat betekent slechts een uur in het gras zitten!

Om 16.45 gaan we van start. De speaker ziet me direkt en laat het stadion weten: “Wat leuk, er doet een blanke mee. Jammer dat hij snel gelapt gaat worden en dan moet stoppen. In zijn eigen land is hij waarschijnlijk goed, maar hier in Kenia zullen we hem laten zien wat hardlopen is”. Bij baanwedstrijden moet je uitstappen als je wordt gelapt, behalve als je aan de laatste rondes bezig bent. Na een eerste ronde in 70 seconden lig ik ruim laatste, maar na 600 meter haal ik onder luid gejuig iemand in. “De blanke wordt in ieder geval geen laatste”, laat de speaker weten, “moedigt u hem aan”. Keniaanse atleten beginnen bijna allemaal als een raket en storten dan in. De één wat meer dan de ander. Ik loop door in rondjes 71/72 en haal elke ronde zo'n 5 atleten in. Het stadion juicht bij iedere inhaalmanouvre, dus dat is bijna continu. De speaker begint het leuk te vinden en heeft het vervolgens alleen nog maar over mij, de koplopers krijgen geen enkele aandacht. “Kijk wat de blanke doet, hij haalt iedereen in. Wees niet jaloers als hij je inhaalt, laat hem gewoon passeren en stap niet uit, anders blijft er straks niemand over”. Desondanks zijn er aardig wat atleten die het niet kunnen verkroppen door mij te worden gepasseerd en zij grijpen naar hun knie of hun maag, om vervolgens de strijd te staken. Uiteindelijk kom ik over de finish in 14.43, het is niet helemaal duidelijk of ik 6e, 7e of 9e bent, maar wat maakt dat uit. Ik heb de dag van mijn leven. “Vandaag hebben we een belangrijke les geleerd van de blanke”, besluit de speaker, “hij begon helemaal achteraan en haalde velen van ons in. Wij moeten dus voortaan ook rustiger beginnen”.

Sylvia staat me aan de finish trots op te wachten en vertelt iedereen: “That's my mzungu”. Een marathonloper uit Eldoret komt naar me toe en laat weten dat hij naar Iten wil komen om met me te trainen. Hij loopt nu 2.09, “but you know how to push man. If I train with you, I am sure I can run 2.07”. Ja, natuurlijk, waarom geen 2.04? Mijn trainingsmaatjes zijn erg blij. Ze moeten al weken horen dat je nooit goed kunt worden als je met een blanke traint, maar er zijn al een aantal 'criticasters' naar ze toegekomen om te vragen of ze misschien toch mee kunnen trainen. Een toeschouwer geeft me zijn naam: “My name is Kipchoge, this stadium is called Kipchoge. From now on your name is also Kipchoge”. Wat een eer allemaal.

Om te voorkomen dat ik nog enkele uren bezig ben met het hele stadion te woord te staan, springen we in de auto en rijden terug naar Iten. Daar laat Jeroen Deen – die filmpjes van mijn race heeft gemaakt – weten dat ik ongeveer 70e in totaal ben, van de 350 deelnemers.  De snelste tijd van de dag was 14.06. Dit is voor herhaling vatbaar. Onder de indruk van de ervaring realiseer ik me dat ik vandaag (nogmaals) heb gezien dat

a. er in Kenia héél veel atleten zijn en dat

b. velen van hen erg goed zijn, maar dat

c. er nog veel meer atleten zijn die niet bijzonder goed zijn. En tenslotte dat

d. het niveau van de dames in vergelijking met de heren helaas nog steeds erg matig is (met name in de breedte).

 

Login Form

Who's Online

We have 65 guests online

foto: Peter Oey

sponsor:

stichting: